Ik ben een geboren en getogen import-Amsterdamse boy. Ik houd heel erg van woorden en taal. En alles wat daarmee te maken heeft.

Op een expressionele wijze.

Mocht je me met een woord willen vangen, doe dat dan het liefst met

wordsmith.

Een doodgewone ontmoeting.

Biddinghuizen, zondag 18 augustus 2019

27 treden, veel meer is het niet. De weg omhoog wordt altijd opgevolgd door de weg omlaag en op het moment dat ik daarover nadenk, vraag ik me af of dat een metafoor is voor het leven. Aannemende dat dit het geval is, durf je dan nog wel een stap omhoog te zetten? Om me heen zie ik een handjevol blije gezichten. Tegelijkertijd vraag ik me af of mijn gezichtsuitdrukking de lading van m’n gedachten dekt. M’n mondhoek maakt een Pavlov-reactie en m’n ogen doen mee. Spontaan schiet ik in de lach; ik lach het tafereel uit dat zich net in m’n hoofd en op m’n gezicht heeft afgespeeld. “Waarom lach je?” Er loopt een meisje naast me. Ze is knap en heeft een lekkere oogopslag. “Was je me in de gaten aan het houden?”, antwoordde ik. “Een beetje”, zei ze. Het bleef stil tot we boven waren. Ze bleef stilstaan en ik deed dat automatisch ook.

“Tel jij de traptreden ook als je naar boven loopt?”, vroeg ze. “Het zijn er 27. Tenzij je de bovenste niet meetelt; ik vind het altijd lastig om te bepalen of je die nou mee mag tellen of niet”, was mijn antwoord. “Zijn daar regels voor dan?” “Ligt eraan. Hoeveel telde jij er?” “27 ook”, zei ze. “Dan mogen we ‘m gewoon meetellen.” “Ik vind het altijd het leukst dat ik dit soort dingen in m’n hoofd kan doen, het met niemand hoef te delen, maar tegelijkertijd ook kan observeren wat er buiten me gebeurt. Alsof er twee werelden tegelijk actief zijn en synchroon lopen, compleet verschillend zijn en totaal geen weet hebben van elkaars bestaan”, zei ze.

Het is m’n achtste Lowlands. In totaal en op rij: sinds m’n ontmaagding had ik er geen enkele gemist. Muzikaal was het niet altijd even goed, de artiesten wiens optreden ik niet wilde missen, miste ik praktisch steevast en ik ben in m’n tweede en derde jaar zo stom geweest om de zondagavond pleiten te gaan. Maar het maakt allemaal niet zoveel uit. Het is de Lowlandsvibe. Die heeft me gegrepen en niet meer losgelaten. Dit jaar was die meer aanwezig dan andere jaren. Dat voelt goed en licht akelig tegelijk. Onheilspellend. En m’n net ontmoete metgezel bevestigde dat. “Ga ik te snel voor je?” We stonden nog steeds op het platform bovenaan de trap en ik heb geen idee hoelang ik in m’n eigen hersenspinsels verzonken was. Ze keek me aan. Ondeugend. M’n linker mondhoek glimlachte. “Je was net getuige van je eigen woorden. Ik zat even gevangen in de interne wereld. Nah, gevangen is het verkeerde woord; dat impliceert dat ik geen keuze had en ik deed het halfbewust. Soms zijn gedachten zo sterk dat je juist stopt met observeren wat er buiten je gebeurt en even vergeet waar je bent. Heb jij dat nooit?” “1 op de 7 keer ongeveer. Ik weet dat jij ook van priemgetallen houdt”, zei ze. Ze verbaasde me en ze verbaasde me niet. “Wat vind jij zo leuk aan priemgetallen?” “Viel het je niet op dat ik 1 en 7 zei?!”, zei ze haast verontwaardigd. Ik keek haar aan en wist wat ze bedoelde. M’n rechtervoet stond, als je van onderaf telt, op de 26e traptrede aan de andere kant van de trap dan waar we vandaan kwamen. Ons lengteverschil was minder groot. Ze pakte het moment, m’n hand en kuste me. Ze verraste me en ze verraste me niet. “Mocht dat?”, vroeg ze. Ik wilde iets ad rems zeggen, maar m’n gevatheid liet me in de steek. En altijd als ik niet binnen 2,5 seconden met een goede comeback kom, laat ik hem passeren. “Zeker. Moet je vaker doen”, antwoordde ik semistoer, maar met een grijns. “Jij ook”, zei ze en we lachten door ons neus.

We stonden inmiddels onderaan de trap. Ik wilde nog wat over het uitzicht van bovenaf met haar delen, maar realiseerde me dat ik daarvoor een trede of 27 te laat was. Soit, de kans was groot dat ze hetzelfde dacht. “Vind je nog steeds dat de leven een synoniem is voor paradox?”, vroeg ze. Ik moest lachen. “Ik dacht dat ik door je kusintermezzo gevrijwaard was van 1 woord van 7 letters.” “Zo gemakkelijk kom je niet van me af.” Ik vond het leuk dat ze m’n eerste spokenword citeerde. Sinds ik die begin 2016 had geschreven, was er veel gebeurd. “De leven zal altijd een paradox blijven. Het leven ook trouwens, voor zover er onderscheid is tussen beide. Het zit hem in de acceptatie, denk ik. Als je het eenmaal weet, is het een stuk gemakkelijker.” “Wil je een stukje voor me doen?”, vroeg ze. We stonden ergens tussen de ‘Hema-supermarkt’ en de ingang van het festival, midden op het met minikeien geplaveide, stoffige pad. “Welk stukje wil je horen?” “De passage met home en head”, zei ze. “En het stukje dat je nooit gepubliceerd hebt.” Ik schrok. Vanaf een seconde of 19 nadat ik haar ontmoet had, wist ik dat we elkaar maar gedeeltelijk konden verrassen met opmerkingen, maar die aanname had ze met deze 8 woorden in ene compleet weggevaagd. Dat zag ze. M’n schrik was weerkaatst op haar gezicht. Ze kuste me. “Het is oké”, zei ze. “Niks aan de hand.” Perplexiteit alom; het duurde maar kort. Ik lachte. “Ik wil je vragen hoe je dit weet, maar tegelijkertijd wil ik het liever niet weten. Je weet dat ik dit nog nooit met iemand gedeeld heb en soms zelfs zelf het bestaan ervan vergeet?” Domme vraag, natuurlijk wist ze dat. Het ging niet om de inhoud van de passage, zo bijzonder was die niet. Het ging om de inhoud van het tafereel, zo bijzonder was die. Ze glimlachte en keek me indringend aan. “Komt er nog wat van?”

“1 woord, 7 letters, je home is where je head is. Het gekke is dat daar waar je hoofd is, jij zelf bent. Zorg dat je jezelf niet voorbij rent. Leven in het nu is het devies, voordat je jezelf in verleden en toekomst verliest. Verleden en heden rijmen met elkaar, ook al kunnen ze onmogelijk met elkaar worden gerijmd. De gewenste toekomst komt je toe als je hoofd niet continu van het heden in de oneindigheid van de toekomst verdwijnt. Van paradox via para dogma naar paradigma. Word ik gek van een rechtsfilosofisch theoretisch al dan niet door de kerk bevestigt para stigma. Kijk, dat is nou juist het ding: druk je stempel in overdrachtelijke zin. Daarmee creëer je zingeving aan iets dat veel belangrijker is dan het bouwen van een hokjesomgeving.”

Ze kuste me voor de derde keer en ik begon me haast schuldig te voelen over dit eenkusrichtingsverkeer. Ik accepteer ze in ieder geval gretig, hopelijk maakt dat een hoop goed. “Waarom heb je het nooit gepubliceerd?” “Het klopte niet bij de rest. En ik wilde de eerste keer paradoxgebruik bewaren voor later in het stuk.” “Maar het is misschien wel de mooiste passage?!” “Kill your darlings. En ik was nog nat achter m’n schrijversoren. Je bent niet boos, toch?” Ze lachte m’n retorische vraag een beetje uit. “Ik ben morgen jarig”, zei ze net op het moment dat ik bijna helemaal vergeten was dat ik hier überhaupt ook met m’n vrienden was. Maar hé, ook dat is Lowlands. “Is dit een uitnodiging om het samen te vieren of lopen we dan te hard van stapel?” “Ik doe niet aan stapelen”, zei ze met een halve knipoog. “Ik wil het met jou vieren.” M’n eerste retourkus had niet beter getimed kunnen worden en nu was zij degene die gretig accepteerde.

 Zo lang als het eerste kwartier van onze ontmoeting deze zondagmiddag duurde, zo kort duurde de rest van de dag. We verloren elkaar sinds het traptafereel niet meer uit het oog. Niet omdat het noodzakelijk was; er zat een minimale hoeveelheid obsessiviteit en een maximale hoeveelheid goesting in. Deze zondagavond had ik een geënsceneerde flashback naar m’n eerste Lowlandsoptreden – dat ik had bijgewoond, niet uitgevoerd: Ed Sheeran in de Alpha. Magisch. Op weg ernaartoe kwamen we wat van m’n mannenvrienden tegen. “Je bent wel echt een alfamannetje”, merkte ze op na onze begroeting. “Met hoofdletter en ‘ph’ of kleine letter en ‘f’? Of heb ik nu je woordgrap gekilld?” Ze lachte. “Ik houd van die ene lijn waarop we samen zitten”, zei ze. Ik maakte 7-7 en iedere keer leek de kus beter te worden. Voor zover dat kon. Ed was weer geniaal en ik realiseerde me eens te meer waarom hij een inspiratie vormt voor mijn eigen werk. De schemering had plaatsgemaakt voor de nacht en er was nog maar een lang kwartier voordat dit bijzondere wezentje jarig zou zijn. Het voelde gek. Het leek alsof de onheilspellende vibe sterker was geworden. Ik verbande deze gedachte naar de achtergrond; ik wilde niet het aanstaande feestelijke moment verpesten, ook al had ik het gevoel dat zij er hetzelfde in zat.

“Kom”, fluisterde ik in haar oor. Ik stond op, greep haar hand, trok haar overeind, kuste d’r vluchtig en begon met haar aan m’n hand te rennen. We namen non-verbaal afscheid van m’n lievelingsheuvel en renden als twee verliefde veulens achter elkaar aan. We sloegen linksaf, in de richting van de X-Ray. Ik pakte haar op en zwierde d’r door de lucht. We verloren ons evenwicht, m’n hoofd raakte iets en ik viel op m’n rug met een intense hoofdpijn. Ze plofte bovenop me. “Het gebeurt me bijna nooit dat ik de hele dag hetzelfde liedje in m’n hoofd heb”, zei ik terwijl de grond onder ons niet als grond voelde. “Alsjeblieft, zing het”, zei ze. “Meet you downstairs in the bar and heard your rolled up sleeves and your skull t-shirt. You say: “Why did you do it with him today.” Ze legde abrupt een vinger op m’n mond. “Heb je het dan eindelijk door?!”, zei ze intens. Ik wist niet meer wat voor en achter was en hoorde een gehele mensenmassa gillen. “Ik heet Amy. Ik ben jarig. Ik ben 27 geworden. Jij bent vernoemd naar Jimi Hendrix. Lowlands is 27. Lowlands sterft. Dit is het einde.” Vaarwel, dacht ik.

Droom groot, begin klein.

Filosoveerkracht.