Ik ben een geboren en getogen import-Amsterdamse boy. Ik houd heel erg van woorden en taal. En alles wat daarmee te maken heeft.

Op een expressionele wijze.

Mocht je me met een woord willen vangen, doe dat dan het liefst met

wordsmith.

Filosoveerkracht.

Het was een ongewoon gesprek met een ongewone vrouw. Een gelijkwaardig gesprek. Ze vroeg me net als altijd het hemd van het lijf, alleen nu met de intentie om antwoorden te ontvangen voor zichzelf.

Een gesprek in tête-a-tête-vorm, zonder de formele connotatie. Daarmee val ik even met de deur in je huis. Los van ieder waardevooroordeel. Al schrijvende zie ik een man op me af strompelen. Hij lijkt een gemeentemedewerkersjas te dragen en is niet onderweg naar mij; het is niet meer dan een toevalligheid dat-ie zich in een rechte lijn richting mij beweegt. Ik kijk hem aan. Iets te lang, maar wel met een voorzichtige glimlach. Tegelijkertijd vraag ik me af of hij het idee heeft dat ik met medelijden naar hem kijk. Ik heb zelf wel dat idee, terwijl het totaal niet m’n bedoeling is om met medelijden naar hem te kijken. Hij kijkt niet terug. Dat is op zich fijn, maar aan de andere kant: medelijden zie je niet, dat voel je. Ik denk dat als je je hele leven leeft met een te kort been, je – ondanks de zorgvuldig gecreëerde eeltlaag op je dikke huid – medelijden voelt. Overal waar je komt. Iedereen behalve Lucille Werner; in haar geval heb ik medelijden met haar te korte been.

Ik ben altijd te porren voor een tête-a-têtetje. Niet met iedereen, maar dat hoeft gelukkig ook niet. Wel met deze ongewone vrouw. We zullen niet verliefd worden op elkaar, maar dat hoeft gelukkig ook niet. Het was een abstract gesprek. Ik hoorde woorden mijn mond verlaten met een bepaalde gedecideerdheid alsof ik er al vaak goed over had nagedacht. Die was niet geveinsd, maar tegelijkertijd wist ik zeker dat ik hierover nog nooit gedacht, laat staan gesproken, had. Dat is gek. Alsof je over kennis beschikt die je niet bezit. Tegelijkertijd kon ik niet meer achter mijn woorden staan dan ik deed.

Als ik iets als filosoferen zou typeren, dan is het dat wat we hier aan het doen waren. Dat maakte me haast trots. Naarmate ik ouder word, voer ik meer van dit soort gesprekken. Gesprekken waarin je alles snapt en niks snapt tegelijk.

Je had erbij moeten zijn.

Een doodgewone ontmoeting.

Openbaar Vervoer.